De eerste nacht in het ziekenhuis waren slechts drie van de zes bedden in mijn zaal bezet. De overige drie bedden werden de dag daarop gevuld, onder andere met meneer Andriessen. Meneer Andriessen is een vijftiger bij wie een kiste uit z'n gehemelte werd verwijderd, alsmede alle tanden in z'n bovenkaak. In onze zaal werd nauwelijks gepraat door de patienten. Naar schatting 70% van de vocale bijdragen stonden dan ook op conto van meneer Andriessen.
Een kleine ode aan de man, van wie elke lach uitmondt in een welluidende rochelhoest.
A.: Ik word aan m'n gehemelte geopereerd, hè. Nou dan mag je niet roken na de operatie.
Bed 2: Roken is natuurlijk ook niet goed, hè.
A.: Roken is niet goed, zuipen is niet goed, neuken is niet goed. HAHAHA.
A.: Nou stille boel hier hoor. Iedereen is hier zeker intellectueel, met al die boekies. Intellectuals.
Tussen mij en A. lag iemand in bed 5. Het gordijn tussen mij en bed 5 was om een of andere reden 's nachts dicht geweest.
A. tegen bed 5: Nou die buurman van jou hebben we de hele nacht niet gezien. Maar ik hoorde het daaar wel roffelen hoor, vannacht. HAHAHA.
In hetzelfde genre.
A.: Ik dacht dat ik moest vannacht. Dus ik ga naar de WC. Was het alleen een scheet. Nou het leek wel een onweersbui. HAHAHA.
's Nacht 1:00 uur. Bed 2 ligt al een tijd te snurken. Bed 5 zet ook in.
A.: Godverdomme. Daar begint hij ook al. HAHAHA.
's Morgens 7:00 uur.
Zuster: Goedemorgen! Goed geslapen?
A.: Wat een klotenacht!
Bed 5 grinnikt.
A. tegen bed 5: Vooral door jou, met je gesnurk. HAHAHA.